Lambert de Sayve: motetten (1612) – sacrae symphoniae

In zijn motettenboek uit 1612 staat een prachtig portret van Lambert de Sayve (1548/9-1614), kapelmeester aan het Habsburgse hof te Oostenrijk. Hij is op dat moment in dienst van Matthias, die in juni 1612 te Frankfurt aM tot keizer van het ‘Heilige Romeinse (roomse) Rijk is gekroond. De bundel is opgedragen aan deze vorst (in wiens dienst de Luikenaar al ruim 30 jaar was). Logisch. Gezien het voorwoord is het Lambert’s kadootje voor zijn vorst. Opvallend is dat hijzelf, Lambert, er met een statig portret in figureert. Meteen na het voorwoord. Ook de gedichten rondom het portret liegen er niet om. Lambert is een groot componist in de ogen van zijn tijdgenoten. Zie onder de afbeelding voor de tekst/vertaling. Of moeten we het anders zien, veel nuchterder: Omdat hij de hofcomponist is van de grote keizer moet hij ook wel een groot componist zijn. Een kwestie van perspectief.
De dichter is Conrad Georg de Loncin (een gestudeerd man gezien de afkortingen achter z’n naam, die tenor was in de hofkapel). Net als Lambert was hij afkomstig uit de regio Luik. Dat verklaart ook dat de ‘Belgae’ apart figureren in de tweede strofe.

Portret

Lambert, 63 jaar, poseert zelfbewust in ‘hofkostuum’, met ereketen, omringd door een lauwerkrans en musicerende engelen. Zijn wij hier getuige van de geboorte van het kunstenaars-ego, de componist als ‘auctor’? Onder de afbeelding de transcriptie van de teksten met vertaling.

Latijnse teksten met vertaling

AD AUTHOREM
Musica LAMBERTI, quid toto spargitur orbe ?
Unas non patitur gloria tanta manus.

Aetatis suae. 63

Afbeelding: portret in hofkostuum, met ketting, blad papier opgerold in de hand, inktpot op de voorgrond. Omrankt met laurier (lauwerkrans). Daarbuiten vier musicerende engelen.

1612

ALIUD

Ede tui tandem pignus LAMBERTE laboris,
et gratum solido pectore profer opus.
Cui nec in eois dabitur par visere terris,
nec ubi luctantes Luna coarctat equos.
Ante fores stantem renuis admittere laurum?
Perge;  vehet secum proemia magna labor.
Non nobis solum, Patriae sed nascimur omnes,
ut Plato prudenti pectore magnus ait.
Aeternum tua scripta canent Germania, et ipsi
Belgae, nam nequeunt haec monumenta mori.
Post te victuri, per te quoque vivere Cantus
incipiant, cineri gloria sera venit.

Martialis epigram I, 25 (Faustinus)

Opmerking: dit tweede lofdicht is een variatieop een epigram van Martialis (Liber I, xxv)

ede tuos tandem populo, Faustine, libellos
   et cultum docto pectore profer opus,
quod nec Cecropiae damnent Pandionis arces
   nec sileant nostri praetereantque senes.
ante fores stantem dubitas admittere Famam
   teque piget curae praemia ferre tuae?
post te victurae per te quoque vivere chartae
   incipiant: cineri gloria sera venit.